DORDRECHT – Dordtenaar Ario Vahabi is positief gestemd over de recente omwenteling in zijn vaderland Iran. De uitschakeling van de hoogste geestelijke Ali Khamenei afgelopen zaterdag door de VS en Israël, beschouwt hij als onvermijdelijk. “Volgens mij was dit de enige manier.”

Maar het gaat Ario niet zozeer om de gevreesde leider zelf. “Dit is groter dan één mens. Het gaat nu om een omschakeling van gedachtegoed en systeem. Oude ideeën verdwijnen, nieuwe krijgen ruimte.” Jongeren in Iran vormen meer dan de helft van de bevolking, vertelt Ario. “Zij weten heel goed wat ze willen en ook wat ze niet meer willen. Jongeren vragen om veiligheid, vrede, vooruitgang. En ze zijn ontzettend moedig. Ik ben trots op hen.”

Ario’s jeugdvriend Afshin (liever geen achternaam in de media) woont in Rotterdam en werkt in Dordrecht. Hij is voorlopig terughoudender. “Ik hoop er van harte op, maar ik wil de verandering zien voordat ik erin durf te geloven. Zolang het Iraanse leger doelen buiten Iran bestookt, trekt er nog iemand aan de touwtjes. Het leger zal eerst de kant van het volk moeten kiezen en dat zien we nog niet.” Afshin had liever gezien dat Khamenei zou zijn berecht, dan gewelddadig uit de weg geruimd. “Iedereen die onder dit regime geliefden verloren is, had hem dan in de ogen kunnen kijken.”

Brug naar de toekomst

Ario en Afshin delen wel hun vertrouwen in wat de voormalige kroonprins Reza Pahlavi kan betekenen als symbool van toekomst en verbinding. “Hij geniet brede steun en wil uit de VS terugkeren naar Iran. Hij houdt de Iraniërs voor dat hij voor hen wil dienen als brug naar de toekomst.” Beiden denken niet dat Pahlavi streeft naar de macht die zijn vader had, de voormalige Sjah. “Pahlavi leeft welgesteld in ballingschap, hij hoeft dit helemaal niet te doen. We geloven dat zijn streven naar nationale eenheid, democratie en scheiding van geloof en staat oprecht is. En naar verzoening, met de vijftien procent van het volk die de mullahs steunt.”

Beide mannen zijn uit 1968. Ze herinneren zich goed hun vroege jeugd in het vrije, seculiere Iran. Ze zaten bij elkaar in de klas op de basisschool in de stad Rasjt ten tijde van de Islamitische Revolutie in 1979. Een jaar later begon de slepende oorlog met Irak. “Wij pasten steeds minder in het keurslijf van een overheid die alles dwingend voorschrijft.” Los van elkaar vertrokken ze op hun 24e als eenling naar Europa, om elkaar bij toeval hier te hervinden. Tot de dag van vandaag zijn ze innig bevriend. Voor allebei gold dat ze hun hele familie in Iran achterlieten. Sinds afgelopen weekend hebben ze niemand van hun naasten daar kunnen bereiken. Ze zijn bezorgd, maar ook gewend aan onzekerheid.

Geen terugkeer

Een terugkeer naar Iran zit er voor beiden niet in. “Misschien voor een periode, als we daar iets kunnen betekenen. Niet definitief. Iran is veranderd, wij zijn veranderd. We hebben onze weg gevonden, hier onze gezinnen en een bestaan opgebouwd, met veel inspanning vanuit de achterstandspositie die je als immigrant hebt. Inmiddels zijn we meer Nederlander dan Iraniër.” Ario: “We hebben hier dingen afgeleerd, mentaal. Iraniërs zijn druk, energiek, heel gastvrij, ze komen ’s avonds tot leven. Ik ben lang niet meer zo sociaal, ik zou er niet meer tussen passen.” Afshin, lachend: “Ik weet al waar ik in Nederland begraven wil worden.” 

Ario (links) en Afshin voelen zich na ruim dertig jaar meer Nederlander dan Iraniër. (Foto: Stolk Fotografie)