De Dordtse VVD wil fatbike-overlast in Dordrecht gerichter kunnen aanpakken. Fractievoorzitter Rolin den Heijer diende dinsdagmiddag een zogeheten initiatiefvoorstel in. Dat plan maakt het mogelijk om gebieden aan te wijzen waar fatbikes tijdelijk verboden zijn, als daar structureel overlast ontstaat.
“Voor veel Dordtenaren begint dit onderwerp niet met regels, maar met wat zij zelf meemaken op straat,” zegt Den Heijer. “Met ouderen en kinderen die zich in hun eigen buurt minder veilig voelen, inwoners die worden opgejaagd door jongeren op fatbikes, zelfs een jonge Dordtenaar die na een botsing op het Leerpark lange tijd klachten hield.” Met deze jongeman (links) staat Den Heijer op de foto bij dit artikel.
De afgelopen jaren spraken de fractieleden vele inwoners aan de deur, op straat en bij verenigingen. Volgens Den Heijer komt daarbij steeds vaker dezelfde zorg terug: dat het asociale gedrag in de openbare ruimte toeneemt. “In winkelcentra, op pleinen en op fietspaden ervaren bewoners vaker hinderlijk en intimiderend gedrag. Fatbikes spelen daarin een rol, zeker onder jongeren.”
Eén stem verschil
De partij diende eerder al een voorstel in om fatbike-overlast aan te pakken. Dat werd in de gemeenteraad met één stem verschil verworpen. “Intussen zijn de signalen uit de stad alleen maar toegenomen,” zegt Den Heijer. “Daarom laten wij dit onderwerp niet los. In andere steden worden wél maatregelen genomen. Dordrecht moet niet achterblijven”.
Volgens de Dordtse VVD kunnen politie en handhaving nu vaak pas optreden als er een overtreding is of als er al een ongeluk is gebeurd. Bovendien is er vaak een heterdaad nodig, waardoor de pakkans klein is. “Dat maakt het voor handhaving lastig om structurele overlast op bepaalde plekken aan te pakken.”
Gericht instrument
Het voorstel introduceert een gebiedsgericht instrument. Daarmee kan de burgemeester plekken aanwijzen waar fatbike-overlast structureel voorkomt, zoals pleinen, parken, winkelgebieden of locaties rond scholen. In die gebieden kan dan direct worden opgetreden.
Het plan wordt na de verkiezingen behandeld en in stemming gebracht. Den Heijer: “De vraag is niet of het probleem bestaat. Dat horen we elke dag in de stad. De vraag is of we het laten gebeuren of dat we nu doorpakken.”





