DORDRECHT – De voorgenomen verplaatsing van de Dordtse weekmarkt van het Statenplein naar het Bagijnhof wordt een kwestie van lange adem en vindt zeker niet plaats in 2026.

“De verhuisoperatie blijkt ingrijpender dan de gemeente dacht”, vermoedt Glenn Laarman, eigenaar van Harry’s Notenbar en gekozen lid van de marktcommissie, het adviesorgaan van de marktondernemers.

In het voorjaar van 2025 ontstond onder marktkooplui onverwacht verzet tegen het gemeentelijke plan, waarvan wethouder Maarten Burggraaf dacht dat het een gelopen koers was en in 2026 realiteit kon worden. Een groep marktlieden vond de verhuizing te weinig doordacht en stuurde een protestbrief naar de gemeenteraad.

Dure aanpassingen

Nu blijkt dat de gemeente zelf eind 2025 opnieuw onderzoek heeft laten doen naar de haalbaarheid. Na een schouw ter plaatse en gesprekken met kraamhouders, heeft een onderzoeksbureau zo realistisch mogelijk de markt ingetekend op de beschikbare ruimte aan het Bagijnhof. Laarman – die officieel de resultaten nog niet gehoord heeft – weet dat daaruit gebleken is dat het niet past zonder ingrijpende en dus dure aanpassingen op de nieuwe plek. De marktcommissie bespreekt op 9 februari de stand van zaken met wethouder Burggraaf.

Marktmeester Ruud de Dreu, sinds decennia hét gezicht van de markt, gaat er zelf vooralsnog vanuit dat de markt wél verhuist, maar niet dit jaar. “Dit is een heikel dossier en een proces van jaren voorbereiding. Ik mag daar niet meer over zeggen.” De woordvoerster van Burggraaf meldt: “We zitten in een lopend participatieproces over hoe we de marktverplaatsing en de nieuwe inrichting van het Statenplein vorm gaan geven.”

Lastige puzzel

De verhuizing is geen simpele puzzel. Laarman: “Op een tekening is een marktkraam een blokje. In werkelijkheid speelt zich er van alles omheen af. Je moet rekening houden met draaicirkels van lange voertuigen, bomen, uithangborden van winkels, nutsvoorzieningen enzovoort. Dat heeft het onderzoeksbureau nu allemaal meegewogen.” Aan het Bagijnhof zouden sowieso de bomen eruit moeten, weet Laarman. “Als je dat al zou willen, wordt het een enorme operatie, die zeker niet in 2026 lukt.” Het Statenplein is volgens de notenboer veel gunstiger voor de markt: het is groot in lengte en breedte, heeft weinig obstakels en meerdere op- en afritten.

Leeg en sfeerloos

De gemeente wil de markt – na 25 jaar op de huidige plek – naar het Bagijnhof en de Sarisgang hebben. Ze wil het Statenplein groener en minder ‘leeg en sfeerloos’ inrichten en deze ruimte vaker beschikbaar hebben voor evenementen in het weekeinde. Dit voornemen was opgenomen in een toekomstbeeld dat in 2021 door de gemeenteraad werd vastgesteld. Het lijkt erop dat wethouder Burggraaf dit beschouwt als een besluit. De marktkooplieden zien het als een visie, waaruit geen verplichting voortvloeit. “We wijzen het Bagijnhof niet per se af, maar de meesten van ons blijven liever op het Statenplein”, aldus Laarman. “Wij denken dat het vergroenen daar ook kan met behoud van de markt en we willen daaraan actief meewerken.”

Subsidie vervalt

Als bijkomend nadeel van wel verhuizen, schetst Laarman dat de natuurlijke loopverbinding tussen de markt en de winkels aan de Voorstraat en het Statenplein wordt doorbroken. Met de betreffende winkeliers is tot nu toe te weinig gesproken, meent de ondernemer. “Zij gaan een klap krijgen als de markt vertrekt.” Volgens de woordvoerster van Burggraaf zijn deze winkeliers, evenals omwonenden, in het nu lopende ‘participatieproces’ wel betrokken.

Feit is dat de tijd dringt: een al toegekende Rijkssubsidie van 1,5 miljoen euro voor het herinrichten van het Statenplein vervalt, wanneer het gebied niet voor 1 maart 2030 opgeleverd is. Zelf steekt de gemeente er 6 miljoen in.